Tegemoetkoming in de huurprijs

"Ik heb begrepen dat ouderen en personen met een handicap in aanmerking komen voor een tegemoetkoming in de huurprijs als ze verhuizen van een woning die niet aangepast is aan hun fysieke mogelijkheden, naar een woning die wél aangepast is."

"Ik ben 75 jaar en wil inderdaad verhuizen naar een woning die beter is aangepast aan mijn fysieke beperkingen. Mijn vraag is: aan welke criteria moeten ik en het huis voldoen om die tegemoetkoming te kunnen krijgen?"

De nieuwe huurwoning mag geen eenvoudige kamer of een gesubsidieerde sociale huurwoning zijn. Het moet gaan om een conforme woning, wat betekent dat er geen manifeste gebreken of veiligheids- of gezondheidsrisico's mogen zijn. Bovendien moet de woning aangepast zijn aan de samenstelling van het gezin.

Er wordt nagegaan of de woning (on)aangepast is aan de hand van vier criteria:

  • de technische uitrusting in de woning: de woning beschikt over een veilige elektrische installatie, een uitgeruste badkamer met bad en wastafel, een toilet, een keuken met aanrecht en gootsteen, warm water in de badkamer en de keuken, en minstens een vast opgestelde verwarmingsinstallatie of een vast opgesteld verwarmingstoestel in de woonkamer.
  • de toegankelijkheid van de vertrekken in de woning: alle woonvertrekken zijn toegankelijk via gelijkvloerse verbindingen zonder niveauverschillen. Als er een rolstoelgebruiker in de woning woont, moet er voldoende circulatieruimte zijn.
  • de toegankelijkheid van de woning en de bereikbaarheid vanaf het openbaar domein: de woning moet veilig bereikbaar zijn vanaf de openbare weg via een voldoende brede toegangsweg zonder noemenswaardige trappen of hellingen. Als er een rolstoelgebruiker in de woning woont, dan dient de toegang vanaf de openbare weg tot de woning aangepast te zijn voor zelfstandig rolstoelgebruik.
  • de aanwezigheid van aan wonen complementaire functies in de omgeving van de woning: binnen een loopafstand van 600 meter is er een aanbod van voorzieningen zoals openbaar vervoer, een bakker, slager, apotheek en huisarts.

Wanneer is een woning te klein? En wat met een kamer?

De oppervlakte van de volgende woonlokalen wordt opgemeten: leefkamer(s), keuken en slaapkamer(s). Daarvan wordt het totaal gemaakt. Als dat totaal kleiner is dan de bij besluit opgelegde minimumnorm, of als er te weinig woonlokalen zijn, dan is de woning of kamer te klein. Controle gebeurt door Arohm.

Voor meer informatie rond wonen: www.bouwenenwonen.be